Author Archives: alleenopdewereld

geselecteerd als gefixeerd bericht

It’s a small… small… world
Bedankt voor je dappere poging het kleine wereldje van AOMW te betreden. AOMW ziet de wereld net zoals jij, maar weet er in haar hoofd altijd wel iets anders van te maken. AOMW houdt van observeren en analyseren, vooral als het om haarzelf gaat, en dat zie je dan ook terug in deze anonieme weblog.

Vergeet niet te laten weten dat je geweest bent door een klein berichtje achter te laten of te stemmen op de poll…

Disclaimer: Deze weblog is gebaseerd op een waar leven. Overeenkomsten met de realiteit zijn dan ook geen toevalligheden doch AOMW’s eigen versie van de waarheid.

14 November 2006
By on 22:36
Rommeldrang

Vroeger was ik al een rommelkind. Ik verzamelde van alles, sleepte het mee naar mijn hamsterhol en was daar dan de hele dag zoet mee. Wat ik dan deed? Niks. Ik knipte, plakte, ruimde op, organiseerde en rommelde, maar zonder aanwijsbaar resultaat. Nog steeds kan ik mijzelf dagen vermaken met niets doen. Niet dat ik dan languit voor de tv lig of slaap tot ik een ons weeg… In tegendeel. Hele dagen ben ik bezig met wat ik altijd al graag deed: rommelen. Juist op rommeldagen kom ik tot rust en kan ik me even losmaken van de dagelijkse stress en bezigheden. Maar schuldig voel ik me soms wel: weer een hele dag niks gedaan.
Maar moeten we dan echt de hele dag presteren of goed doen? Of is het ook geoorloofd om maar een beetje te doen waar je gelukkig van wordt? Of komt het juist door dat niks doen en een overschot aan vrije tijd waardoor we onszelf dit soort vragen gaan stellen? We leven in een maatschappij die altijd druk en gestresst is en in een wereld waarin presteren een prxe9 is. Is rommelen dan een hobby die daar precies bij aansluit omdat het je bezighoudt, zelfs in je vrije tijd? Of valt rommelen binnen hetzelfde tijdsbeeld als het altijd druk zijn en het moeten presteren?
Is het niet het geval dat overleven eigenlijk te gemakkelijk is geworden en zoeken we daarom naar nieuwe doelen in ons leven? Ik vind de sportschool daar eigenlijk het meest absurde voorbeeld van; toen we nog joegen en sprokkelden voor ons eten, of zwaar lichamelijk werk moesten doen, was een sportschool niet nodig. Nu is hij er omdat we te weinig bewegen in ons leven, omdat we altijd eten tot onze beschikking hebben en omdat we onszelf schoonheid ten doel hebben gesteld.
Dagenlang kan ik me blijven verbazen over onze samenleving, vooral omdat hij is ontstaan uit zulke logische aaneenschakelingen van gebeurtenissen en reacties daarop. Misschien is mijn eeuwenoude rommeldrang wel een reactie daarop; een manier om orde te scheppen in de chaos om mij heen omdat het in mijn hoofd al chaos genoeg is.

25 April 2006
By on 13:27
Ruis

Is dat er altijd? Is dat wat me stoort; steeds maar die ruis die bij mij binnenkomt alsof het van mijzelf is? Maar het is van de wereld. Hoe stop ik de ruis? Ruis is niet te stoppen, dus hoe houd ik het buiten?

12 April 2006
By on 14:45
Treintherapeut

Het regent. Ik zit in de trein en kijk naar buiten. Weilanden gaan aan me voorbij en een kalm gevoel overvalt me. Ik was altijd al gek op lange ritten met de auto of trein. Met mijn walkman op was ik dan helemaal alleen met mezelf en mijn dagdromen. Kennelijk werkt het nog steeds, want mijn gedachten dwalen af.
Ik denk aan ouders; aan hoe ontzettend mis het soms kan gaan tussen ouders en kinderen. Tranen prikken in mijn ogen als ik aan mijn eigen ouders denk. Waarom lukt het me niet een normale band met ze op te bouwen?
Binnen korte tijd doemt ineens Utrecht Centraal op. Ik haal diep adem en stap uit de trein. Tijd om weer verder te gaan met het leven… Maar zal mijn trein ooit echt op het station arriveren?

10 March 2006
By on 13:34
Niet meer

Exact drie maanden terug, op de dag af, dacht ik nog even aan je. Ik deed mijn laatste poging jouw hoofdstuk af te sluiten, voor zover dat xfcberhaupt nog nodig was. En dan… op een dag waarop ik niets vermoed, sta je ineens in mijn weg. Ik hoor een stem, zie je staan in die houding die ik zo goed ken. Het is misschien wel drie jaar geleden sinds de laatste keer dat ik een glimp van je opving, maar er is geen twijfel over mogelijk: jij bent het. Je staat met je rug naar me toe en draait je hoofd mijn kant op. Ik schrik; wil niet dat je me ziet want ik heb totaal geen behoefte aan een confrontatie. Ik schaam me nog teveel voor de gevoelens die je destijds bij mij los hebt weten te krijgen en hoe ik daarmee omgegaan ben. En ik kan ook niet zeggen dat we als vrienden uit elkaar gegaan zijn, hoewel er ook totaal geen sprake was van ruzie. Ik ken alleen nog de pijn; de pijn van het bij jou zijn en de pijn van het mezelf bij je weg moeten rukken.
Ik kijk stiekem nog even naar je terwijl ik doorloop en merk de verandering op: nog steeds degene die ik ooit zo goed kende, maar toch zoveel veranderd. Zou jij in hetzelfde zijn geslaagd als ik? Als ik doorloop en het echt tot me doordringt dat jij het was, voelt het alsof alle vezels in mijn lijf apart van elkaar bewegen. Kennelijk zit je nog altijd diep in mij en zal je ook nooit uit mijn vezels verdwijnen. Er zijn dan ook zoveel vragen die ik mezelf opnieuw zou kunnen gaan stellen. Zou het nu weer kunnen? Zou je echt zo gelukkig zijn als je eruit ziet? Wie zijn je nieuwe vrienden? Is er iemand in je leven met wie je net zo’n band hebt als met mij? Maar ik stel ze niet. Het leven is goed zoals het is. Ik mis je niet. Niet meer.

2 March 2006
By on 10:49
De roos

Ineens kom je binnen met een roos: “Ik moest aan je denken toen ik de bloemenkraam passeerde.”. Maar geef nu maar toe: denk je niet de hele dag aan me? Ik weet heus wel dat je dat doet. En dat je altijd bij me wilt zijn. Non-stop eigenlijk. Totdat het mij zo benauwt dat ik een sleur bespeur.
Maar je snapt het wel. Je snapt wel dat ik mijn vrijheid nodig heb. Maar je snapt niet dat het niet de vrijheid is die ik nodig heb. Na een jaar weet ik heus wel dat je me die vrijheid geeft. Weet je nog steeds niet wat ik echt nodig heb? Ik heb tijd nodig om jou te missen, om weer even tegen mezelf te zeggen dat ik geboft heb met jou, en dat je de liefste, leukste, knapste bent en dat ik nooit meer zonder je wil.
En dan kom je ineens binnen met een roos en geef je me precies waar ik naar verlangde zonder dat je dat zelf doorhad. En dan maak je jezelf onbedoeld gelukkig weer heerlijk onmisbaar.

18 January 2006
By on 14:51
Haar moeder is dood

Haar moeder is dood. Ik ken haar niet zo goed, maar haar moeder is dus dood. Dood? Het lijkt zo’n simpel woord: vier letters waarvan tweemaal de “d” en tweemaal de “o”. Maar voor haar is het niet zo simpel. Zij leefde voor haar moeder. Haar moeder was haar alles.
Mensen knikken begrijpend: “Ik zou niet weten wat ik zou doen als xe9xe9n van mijn ouders nu ging.”. Ze kijken mij aan. En ik moet ook knikken, op mijn beurt, zoals het hoort. Maar ik knik niet. Want ik wil er niks over zeggen.
Op dit moment in mijn leven kan ik namelijk niet van mijn ouders afkomen, hoe hard ik het ook probeer. Ik wil niks meer te maken hebben met hun problemen, en vooral niet met wat die problemen steeds met mij doen. Maar het lukt niet.
Ik wil niet zonder ouders. Ieder kind heeft ouders nodig. Maar de mijne kan ik missen. De mijne wxedl ik missen. De mijne mxf3et ik missen, om ooit weer normaal in het leven te kunnen staan.
En zij? Zij heeft haar moeder nxf3dig om ooit weer normaal in hxe1xe1r leven te kunnen staan.


By on 14:15
Sleur?

Ik blaas de dertien kaarsjes uit, xe9xe9n voor elke maand dat we bij elkaar zijn. “Ik bedenk me net iets,” zei hij die avond, “het is vandaag…”. “Ssst, niet zeggen!” antwoordde ik, “het is dertien maanden en dertien is een ongeluksgetal.” Hoewel ik hoop dat dat niet het geval is, was dat niet de reden waarom ik niet lyrisch over ons zoveelste jubileum wilde doen. De reden was dat ik even niet zo lyrisch over ons ben. Ik twijfel en de tranen sprongen me in de ogen toen ik dat hardop aan mezelf toe durfde te geven: het uitblazen van de kaarsjes voelde als het symbool voor een naderend einde en niet als een aankondiging van bedtijd.
Voordat ik de volgende morgen zijn kamer verlaat, kijk ik nog even rond alsof het voor het laatst is. En wanneer de trein het station achter zich laat, voelt het alsof hij dat voor de laatste keer doet. Waar komt toch dat nare gevoel vandaan? Het is niet dat ik niet meer van hem houd, dat ik niet meer gek op hem ben of niet meer bij hem wil zijn. Mijn gevoelens zijn juist sterker dan ooit. Is dat dan waar ik bang voor ben? Waarom zou ik? Zijn gevoelens zijn net zo sterk en dat laat hij dan ook in alles merken. Het is meer dan duidelijk: dit is de jongen die ik man ga zien worden, de man met wie ik mijn leven door zal brengen, de vader van mijn kinderen en opa van mijn kleinkinderen.
Steeds als hem weer zie, voel ik me beter dan ooit. Hij neemt me in zijn armen, zoent me en laat me merken hoe blij hij met me is. Maar even later krijg ik de drang om te vluchten, om ruzie te schoppen, weg te lopen, drama te maken… En hij? Hij hangt daar maar een beetje, zijn armen om me heen, zielsgelukkig.
Is dat moment dan werkelijk aangebroken?

3 January 2006
By on 13:49
Dat wat je niet hebt

Alle tijd voor mezelf, Sex and the City, lekker doen waar ik zin in heb, kopje winterthee, vroeg opstaan en de stad in, de hele nacht opblijven, niemand die mijn spullen opruimt waar ze niet horen, alleen mezelf om voor te zorgen, niet hoeven opstaan omdat hij honger heeft maar als ik wil de hele dag in bed blijven en leven op koekjes, vrouwenfilm, geen rekening met een ander hoeven houden… Wat heb ik me op een weekendje zonder vent verheugd!
En nu is het vrijdagavond en ik mis hem nu al. De storm raast tegen het raam en ik zit lekker op de bank tegen de verwarming aan. Maar alleen is ineens wel heel alleen.

16 December 2005
By on 19:24
Het goede moment

We komen vroeg in de ochtend thuis van een verjaardag van xe9xe9n van zijn vrienden. Het was een werkelijk supergezellige avond waarbij ik me als enig meisje in de groep meer dan aardig heb kunnen redden. Uiteraard is hij lekker dronken, zodat hij me in extreme mate gaat vertellen hoe gek hij op me is. “Je bent zo lekker zelfverzekerd.” zegt hij dan. Ik lig met mijn rug naar hem toe in zijn armen en haal even diep adem om de brok in mijn keel weg te slikken. Zijn woorden raken me tot diep in mijn botten. “Ik? Zelfverzekerd?” vraag ik hem om toch maar even te controleren of hij niet sarcastisch was. Hij kruipt nxf3g dichter bij me en ik voel dat hij knikt. “Ja.” antwoordt hij dan kort maar krachtig. Ik blijf even stil en denk na over hoe ik daarop moet reageren. Maar ik kan niet te lang stil blijven, want dan merkt hij dat er iets met me aan de hand is. Dan zou hij me tegen mijn zin in omdraaien en in mijn ogen controleren of ze nog wel de glinstering bevatten waar hij op gevallen is. Dan zeg ik: “Je zou toch beter moeten weten.”.
Het doet pijn. Op de xe9xe9n of andere manier doet het zoveel pijn dat hij dat van me denkt. De persoon die het dichtste bij me staat en het meeste met mijn onzekerheden te maken krijgt, heeft geen idee dat ik een minderwaardigheidscomplex van pathologische waarde heb. Ik denk aan alles dat ik tegen hem zou kunnen zeggen; hoe ik op dit moment uit zou kunnen leggen wat ik voel. Maar het is niet het moment ervoor: hij is dronken en is het morgen toch weer vergeten. Die serieuze gesprekken met alcohol op kennen we zo onderhand wel… Ik lucht mijn hart, hij maakt me overdreven duidelijk hoeveel hij van me houdt en de volgende morgen ben ik opgelucht en weet hij nergens meer van.
Ik ben vertwijfeld en voel me alsof er zojuist een groot gat tussen ons geslagen is. Hij valt op mijn zelfverzekerdheid. Ik heb een minderwaardigheidscomplex. Als hij dat zou weten, zou hij dan nog steeds zo gek op me zijn? Mijn minderwaardigheidscomplex is zo’n groot deel van wie ik ben. Ik leef ernaar, pas me erop aan en het vormt me in alles wat ik doe. En hij? Wat doet hij?!? Hij valt op mijn zelfverzekerdheid.
Het is leuk om zelfverzekerd over te komen als je dat niet bent. Want al die onzekerheidjes, al die drama’s en al die dagen dat ik in mezelf gekeerd ben en niet met hem wil delen wat er werkelijk in mijn hoofd rondtolt, vindt hij kennelijk niet meer dan normaal. Maar ondertussen heeft hij ook geen idee wie ik diep van binnen ben, terwijl ik nu al een jaar lief en leed met hem deel.
Misschien komt het goede moment wel nooit. Misschien zal hij er nooit achterkomen wat er speelt onder die zelfverzekerdheid en misschien is dat maar beter. Als hij me als normaal persoon blijft ervaren, ga ik het misschien zelf ook nog eens geloven. Maar tot die tijd zal het altijd blijven voelen alsof er een minuscuul laagje om mij heen zit waar zelfs hij niet doorheen kan prikken. En ergens onder dat zelfverzekerde laagje zal ik me daar altijd druk om blijven maken.

5 December 2005
By on 14:28